ECLI:NL:RVS:2026:233

Raad van State

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
202304657/5/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit bestemmingsplan Bakertand wegens geconstateerd gebrek

In deze zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij tussenuitspraak van 4 juni 2025 een gebrek vastgesteld in het besluit van 11 juli 2023 van de raad van de gemeente Goirle betreffende het bestemmingsplan "Bakertand". De raad werd opgedragen dit gebrek binnen 16 weken te herstellen.

De raad heeft vervolgens bij besluit van 16 september 2025 het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld om het gebrek te herstellen. Appellante heeft een zienswijze ingediend over de wijze waarop het gebrek is hersteld en heeft aangegeven zich met het gewijzigde besluit te kunnen verenigen.

De Afdeling heeft het onderzoek gesloten zonder nadere zitting en geoordeeld dat het beroep van appellante tegen het oorspronkelijke besluit gegrond is. Het besluit van 11 juli 2023 wordt vernietigd. Tevens wordt de raad veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht die appellante heeft gemaakt in verband met de behandeling van het beroep.

Uitkomst: Het besluit van 11 juli 2023 wordt vernietigd en de raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

202304657/5/R2.
Datum uitspraak: 14 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], gevestigd in Goirle,
appellante,
en
de raad van de gemeente Goirle,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2558, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 11 juli 2023 te herstellen.
Bij besluit van 16 september 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Bakertand" gewijzigd vastgesteld.
Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [appellante] een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop de raad het gebrek heeft hersteld.
De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Beroep van rechtswege?
1.       Naar aanleiding van het beroep van [appellante] heeft de Afdeling in de tussenuitspraak een gebrek in het besluit van 11 juli 2023 geconstateerd. De raad heeft het besluit van 16 september 2025 genomen om dit gebrek te herstellen. Het beroep van [appellante] tegen het besluit van 11 juli 2023 heeft van rechtswege ook betrekking op het besluit van 16 september 2025, tenzij zij daarbij onvoldoende belang heeft. Dat volgt uit in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
2.       [appellante] heeft in haar zienswijze te kennen gegeven dat zij zich met het besluit van 16 september 2025 kan verenigen. Gelet hierop is geen beroep van rechtswege als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb ontstaan waarop nog moet worden beslist.
Conclusie
3.       Gelet op de tussenuitspraak is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 11 juli 2023 gegrond. Dit besluit moet worden vernietigd.
4.       De raad moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het beroep van [appellante] tegen het besluit van 11 juli 2023 van de raad van de gemeente Goirle gegrond;
II.       vernietigt het besluit van 11 juli 2023;
III.      veroordeelt de raad van de gemeente Goirle tot vergoeding van de bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.3350,00, geheel toe te rekenen aan een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
IV.     gelast dat de raad van de gemeente Goirle aan [appellante] het door haar voor de behandeling van haar beroep betaalde griffierecht vergoedt, ten bedrage van € 365,00.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. M.M. Kaajan, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Perlot, griffier.
w.g. Besselink
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Perlot
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026
952