ECLI:NL:RVS:2026:2299
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- A. Kuijer
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens sedumteelt in trays op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam legde op 10 mei 2021 aan Sedum Extra een last onder dwangsom op wegens het telen van sedum in trays op een perceel met de bestemming 'Agrarisch', naar aanleiding van een handhavingsverzoek van Milieuvereniging de Groene Koepel. Sedum Extra maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 21 december 2021 werd afgewezen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van Sedum Extra gegrond, vernietigde het besluit van 21 december 2021 en herroept het besluit van 10 mei 2021.
Milieuvereniging de Groene Koepel stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het bestemmingsplan 'Correctieve herziening buitengebied Alphen-Chaam 2010' van toepassing is. De Afdeling concludeert dat het telen van sedum in trays, hoewel niet grondgebonden, wel valt onder agrarische bodemexploitatie en dat de trays niet als permanente teeltondersteunende voorzieningen gelden omdat ze maximaal 5 tot 6 maanden op dezelfde locatie blijven.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het telen van sedum in trays niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden. Het hoger beroep van Milieuvereniging de Groene Koepel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Daarnaast is het verzoek van Sedum Extra om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een aparte procedure in behandeling genomen.
Uitkomst: Het hoger beroep van Milieuvereniging de Groene Koepel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.