ECLI:NL:RVS:2026:2266
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boeteoplegging voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen door uitzendbureau
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete van €40.000 op aan een uitzendbureau wegens vijf overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Het uitzendbureau had vijf personen laten werken zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. De rechtbank Gelderland matigde de boete tot €20.000 vanwege verminderde verwijtbaarheid en matigingsgronden.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het uitzendbureau ernstig nalatig was door onvoldoende controle op de geldigheid van tewerkstellingsvergunningen en identiteitsdocumenten, ondanks dat het uitzendbureau gecertificeerd is en dergelijke controles dagelijks hoort uit te voeren.
Hoewel het uitzendbureau de overtredingen zelf had gemeld en beëindigd, en de betrokkenen correct had verloond, was de verwijtbaarheid volgens de Afdeling normaal. De boete van €40.000, inclusief een verdubbeling wegens recidive, werd daarom bevestigd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van het uitzendbureau ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €40.000 wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het beroep van het uitzendbureau ongegrond.