ECLI:NL:RVS:2026:2076
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing natuurvergunning melkveehouderij wegens stikstofdepositie in Natura 2000-gebied
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe wees op 28 juli 2022 de aanvraag van appellante voor een natuurvergunning af omdat de aangevraagde activiteit leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Appellante exploiteert een melkveehouderij en stelde dat de referentiesituatie ontleend moest worden aan een milieuvergunning uit 2008, die volgens haar was getoetst aan de Habitatrichtlijn.
De rechtbank oordeelde dat uit de milieuvergunning van 2008 niet blijkt dat deze is verleend met inachtneming van de Habitatrichtlijn en dat de referentiesituatie terecht is ontleend aan een eerdere milieuvergunning uit 1996. Ook concludeerde de rechtbank dat de afwijzing niet in strijd is met het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel, noch met het recht op vrij ondernemerschap.
In hoger beroep voerde appellante nieuwe milieu-inhoudelijke argumenten aan, waaronder Duitse jurisprudentie en een adviesnotitie, die de Afdeling bestuursrechtspraak niet in behandeling nam wegens schending van de goede procesorde. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de milieuvergunning van 2008 geen besluit is als bedoeld in artikel 9.4, achtste lid, van de Wet natuurbescherming en dat de afwijzing van de vergunning niet onrechtmatig is.
Verder oordeelt de Afdeling dat de beperking van het recht op vrij ondernemerschap gerechtvaardigd is door het algemeen belang van natuurbescherming en dat het gebruikte rekenmodel AERIUS geschikt is voor de beoordeling van stikstofdepositie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de natuurvergunning bevestigd.