ECLI:NL:RVS:2026:1921
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verlenging inburgeringstermijn ondanks medische gronden
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het verzoek van appellant om verlenging van de inburgeringstermijn op medische gronden afgewezen bij besluit van 25 april 2019. Appellant heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit, waardoor het in rechte onaantastbaar is geworden. Een later verzoek om herziening is eveneens afgewezen, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het bestuursorgaan bevoegd is om een herhaalde aanvraag te beoordelen, maar dat in dit geval geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd die een verlenging rechtvaardigen. De Afdeling stelt dat de beoordeling van de medische situatie door Argonaut en de minister zorgvuldig en deugdelijk is gemotiveerd, en dat het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist is.
Verder is overwogen dat het arrest Keren van het Hof van Justitie EU geen aanleiding geeft het besluit te vernietigen, omdat het besluit niet over een boete gaat en de minister de medische omstandigheden heeft betrokken in zijn beoordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot verlenging van de inburgeringstermijn bevestigd.