ECLI:NL:RVS:2026:1819
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- E.A. Minderhoud
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom Badpaviljoen Hindeloopen ondanks herstelplanvertraging
Badpaviljoen Hindeloopen voerde werkzaamheden uit aan een rijksmonument zonder vergunning, waarop het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân dwangsommen oplegde en invorderde. Na een eerste dwangsom van €60.000,- volgde een tweede van €110.000,- wegens het niet ongedaan maken van de werkzaamheden binnen de gestelde termijnen.
EuroParcs Holding verwierf de aandelen van Badpaviljoen Hindeloopen en maakte afspraken met het college over het opstellen van een herstelplan binnen zes maanden, waarbij het college gedurende die periode geen invordering zou doen. Door slechtere technische staat van de fundering vroeg EuroParcs uitstel, maar het college besloot toch tot invordering.
De rechtbank verklaarde het beroep van Badpaviljoen Hindeloopen ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling oordeelt dat geen bijzondere omstandigheden bestaan om af te zien van invordering, mede omdat de afspraken duidelijk voorwaarden stelden waaraan niet was voldaan. Tevens kent de Afdeling een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de invordering van de dwangsom van €110.000,- en wijst het hoger beroep van Badpaviljoen Hindeloopen af.