ECLI:NL:RVS:2018:309
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens illegale kamerbewoning ondanks eigendomsoverdracht
De Stichting voor het Eindhovens Studenten Corps kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het gebruik van een pand voor kamerbewoning in strijd met het bestemmingsplan. Na het niet naleven van deze last werd een dwangsom van €21.000,- ingevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van de Stichting ongegrond, waarna hoger beroep volgde.
De Stichting voerde aan dat de bewoning door twee anti-kraakstudenten geen kamerverhuur betrof en dat de last onvoldoende duidelijk was, wat de Raad van State verwierp. De bewoning werd terecht aangemerkt als kamerbewoning in strijd met het bestemmingsplan, ongeacht het ontbreken van een huurovereenkomst.
Verder stelde de Stichting dat zij door de eigendomsoverdracht per 11 augustus 2014 niet meer bevoegd was om de bewoning te beëindigen. De Raad oordeelde dat de Stichting feitelijk nog de macht had om de overtreding te beëindigen en dat zij geen poging daartoe had ondernomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Stichting wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.