ECLI:NL:RVS:2026:1811
Raad van State
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek van verzoekster om herziening van haar uitspraak van 9 februari 2024, waarin haar hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Verzoekster stelde dat de Afdeling ten onrechte had aangenomen dat zij een aangiftebiljet had ontvangen en dat haar zaak mogelijk was verwisseld met een andere zaak.
De Afdeling benadrukte dat herziening alleen mogelijk is indien aan de strikte criteria van artikel 8:119, eerste lid, Awb wordt voldaan, waaronder het aanvoeren van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoekster bracht echter geen nieuwe feiten aan, maar uitte vooral haar onvrede over de eerdere uitspraak.
Verder wees de Afdeling erop dat de door verzoekster genoemde verklaring niet aan de eerdere uitspraak ten grondslag lag, maar dat de uitspraak was gebaseerd op het niet tijdig verstrekken van gevraagde informatie. Ook het argument dat verzoekster pas later op de hoogte was van de uitspraak werd verworpen, omdat de uitspraak tijdig aan haar gemachtigde was verzonden.
Gelet op het ontbreken van nieuwe feiten en het niet voldoen aan de wettelijke criteria werd het verzoek tot herziening afgewezen. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.