ECLI:NL:RVS:2026:1807
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over investeringsverklaring voor zorgwoningen in Heemstede
Appellante, een toegelaten instelling, investeerde in 30 zelfstandige zorgwoningen in het project Slottuin te Heemstede, verhuurd aan Stichting Zorgbalans die deze woningen aan zorgbehoevenden met een Wlz-indicatie ter beschikking stelt. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wees de aanvraag van een definitieve investeringsverklaring af, omdat de woningen volgens hem niet als voor verhuur bestemde woningen kwalificeren. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de woningen wel degelijk zelfstandige wooneenheden zijn die aan Zorgbalans worden verhuurd in de zin van artikel 7:201 BW Pro, en dat dit voldoende is om de woningen als voor verhuur bestemd aan te merken. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde dit betoog en stelde dat de huurovereenkomst tussen appellante en Zorgbalans bewijst dat de woningen op de peildatum daadwerkelijk worden verhuurd. De Afdeling oordeelde dat het niet nodig is om alleen naar de feitelijke bestemming of de laatste schakel in de keten te kijken.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de minister, verklaarde het beroep gegrond en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Hiermee is het bezwaar van appellante tegen de afwijzing van de investeringsverklaring succesvol.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt het besluit van de minister, met opdracht tot een nieuw besluit.