ECLI:NL:RVS:2026:1753
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering te veel betaalde toeslagen 2023
De appellant ontving in 2023 voorschotten zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget die later door de Dienst Toeslagen werden herzien op basis van een hoger vastgesteld toetsingsinkomen, wat leidde tot terugvorderingen. De rechtbank verklaarde het bezwaar en beroep van appellant ongegrond, ondanks schending van de hoorplicht en motiveringsplicht, omdat appellant niet in haar belangen was geschaad en geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
In hoger beroep betoogde appellant dat de schending van de hoorplicht niet zonder gevolgen kon blijven vanwege haar kwetsbare positie en dat onduidelijkheid bestond over het toetsingsinkomen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de schending van de hoorplicht terecht kon worden gepasseerd en dat het toetsingsinkomen rechtsgeldig was vastgesteld door de Belastingdienst.
Echter, de Afdeling stelde vast dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren, omdat appellant haar situatie had toegelicht aan een medewerker van de Dienst Toeslagen die vermoedelijk een onjuist inkomen invulde, zonder dat vast te stellen was wie hiervoor verantwoordelijk was. Hierdoor behoorden de gevolgen niet voor rekening van appellant te komen. De Afdeling vernietigde daarom het besluit tot terugvordering en matigde het terug te vorderen bedrag volledig tot nihil.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de terugvordering betrof, het besluit van 5 januari 2024 werd herroepen en de proceskosten werden aan appellant toegekend.
Uitkomst: De terugvordering van te veel betaalde toeslagen 2023 wordt volledig gematigd en vastgesteld op nihil.