ECLI:NL:RVS:2026:1751
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugbetalingsbesluit lening inburgeringscursus wegens strijd met EU-richtlijn
Appellant kreeg een boete van €500 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht en werd verplicht een lening voor een inburgeringscursus terug te betalen. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het terugbetalingsbesluit niet-ontvankelijk en wees het beroep af.
In hoger beroep stelde de Afdeling vast dat de rechtbank een vergissing had gemaakt door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat het terugbetalingsbesluit betrof.
De Afdeling oordeelde dat artikel 16, vierde lid, van de Wet inburgering onverbindend is omdat het in strijd is met artikel 34 van Pro de Kwalificatierichtlijn, zoals bevestigd in het arrest Keren van het Hof van Justitie. Hierdoor vervalt de grondslag voor de terugbetalingsverplichting.
De minister moet het terugbetalingsbesluit herroepen en appellant is niet verplicht de lening terug te betalen. De boete wegens het overschrijden van de inburgeringstermijn blijft onverminderd van kracht. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het terugbetalingsbesluit wordt vernietigd en herroepen, waardoor appellant niet verplicht is de lening terug te betalen, terwijl de boete blijft bestaan.