ECLI:NL:RVS:2026:1748
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing intrekking opdracht bejagen verwilderde katten in Fryslân
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân heeft in 2005 besloten dat verwilderde katten mogen worden bejaagd ter voorkoming van schade aan de fauna. De Stichting Dierenrecht verzocht in 2022 om intrekking van deze opdracht, stellende dat deze in strijd is met de Nota Faunabeleid Fryslân 2021 en dat er alternatieven zijn zoals vangen, castreren, terugzetten en chippen (TNR-C).
Het college wees het verzoek af omdat de opdracht onherroepelijk is en er geen gewijzigde omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 5.4 van de Wet natuurbescherming. De rechtbank bevestigde dit oordeel in 2024, stellende dat de Nota geen inhoudelijke beleidswijziging inhoudt, dat maatschappelijke opvattingen onvoldoende zijn onderbouwd en dat de TNR-C methode al bestond naast het bejagen.
In hoger beroep herhaalde de Stichting haar standpunten, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De gewijzigde maatschappelijke opvattingen en de Nota vormen geen gewijzigde omstandigheden die intrekking rechtvaardigen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stichting Dierenrecht is ongegrond verklaard en de opdracht tot het bejagen van verwilderde katten blijft gehandhaafd.