ECLI:NL:RVS:2026:1678
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen definitief negatief bindend studieadvies Farmacie Universiteit Utrecht
Een studente is in september 2024 gestart met de bacheloropleiding Farmacie aan de Universiteit Utrecht. In het studiejaar 2024-2025 behaalde zij slechts 7,5 EC, terwijl de norm voor het bindend studieadvies 45 EC bedraagt. De directeur gaf haar op 25 augustus 2025 een definitief negatief bindend studieadvies (NBSA).
De studente voerde persoonlijke omstandigheden aan, waaronder de spoedopname van haar zus in het ziekenhuis en haar rol bij ziekenhuisbezoeken vanwege taalbarrières van haar ouders. Zij nam pas laat contact op met de studieadviseur en huisarts. De BSA-commissie concludeerde dat er geen aantoonbaar verband was tussen deze omstandigheden en het niet behalen van de norm.
Het College van Beroep voor Examens (CBE) oordeelde dat de persoonlijke omstandigheden mogelijk enige invloed hadden, maar onvoldoende bewijs was geleverd voor een verminderde studiebelastbaarheid buiten de periode december 2024-januari 2025. De studente kon geen medisch bewijs overleggen voor andere perioden.
De Raad van State bevestigt dat het NBSA terecht is gegeven en dat de motivering voldoende is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het definitief negatieve bindend studieadvies wordt ongegrond verklaard.