ECLI:NL:RVS:2025:3777
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen negatief bindend studieadvies wegens onvoldoende studievoortgang en niet tijdig gemelde persoonlijke omstandigheden
Appellant is gestart met de opleiding Sociaal werker niveau 4 bij ROC Nijmegen en ontving een voorlopig studieadvies met twijfel over zijn voortgang. Ondanks extra ondersteuning behaalde hij onvoldoende studievoortgang, waarna de teammanager namens de examencommissie hem een negatief bindend studieadvies (NBSA) gaf. Appellant stelde dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder de zorg voor zijn verlamde vader, niet tijdig waren meegewogen.
De commissie verklaarde het administratief beroep ongegrond omdat appellant zijn persoonlijke omstandigheden pas bij het NBSA meldde en niet tijdig schriftelijk had gemeld zoals vereist in de Onderwijs- en Examenregeling (OER) en het Studentenstatuut. Appellant had onvoldoende medewerking verleend aan extra begeleiding en tests, wat ook zijn studievoortgang belemmerde.
De Raad van State oordeelde dat de commissie terecht het NBSA in stand hield. Het niet tijdig melden van persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van objectief bewijs van de situatie van zijn vader maakten dat deze omstandigheden niet meegewogen konden worden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de commissie hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het negatief bindend studieadvies wordt ongegrond verklaard en het NBSA blijft in stand.