ECLI:NL:RVS:2026:1622
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
Verzoeker kreeg op 13 november 2024 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie werd ingetrokken met een bevel tot onmiddellijke vertrek uit Nederland en een inreisverbod. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 januari 2026 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde verzoeker hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 20 maart 2026 besloten dat verzoeker niet wordt uitgezet en dat de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit worden geschorst totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens wordt verzoeker behandeld alsof hij nog steeds in het bezit is van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De minister is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening beschermt de belangen van verzoeker gedurende de procedure en voorkomt onomkeerbare gevolgen voordat het hoger beroep inhoudelijk is behandeld.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet en de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit worden geschorst totdat het hoger beroep is beslist.