ECLI:NL:RVS:2026:1539
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Wissels
- G.T.J.M. Jurgens
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging NBSA-beslissing wegens onvoldoende motivering en onderzoek persoonlijke omstandigheden
Een studente aan de Universiteit van Amsterdam kreeg een negatief bindend studieadvies (NBSA) omdat zij niet voldeed aan de BSA-norm van 48 ECTS in het eerste studiejaar, ondanks uitstel vanwege ADHD. In het tweede studiejaar behaalde zij geen eerstejaarsvakken, wel tweedejaarsvakken. Het CBE verklaarde haar administratief beroep ongegrond, stellende dat haar persoonlijke omstandigheden niet zwaarwegend genoeg waren en dat zij onvoldoende bewijs had geleverd.
De studente voerde in beroep aan dat het CBE ten onrechte het NBSA-besluit handhaafde en onvoldoende rekening hield met haar persoonlijke omstandigheden, waaronder ernstige bijwerkingen van medicatie. De Afdeling constateerde dat het advies van de studieadviseur, dat niet aan de studente was verstrekt en waarop het CBE zich baseerde, niet kenbaar was betrokken in de beslissing. Ook ontbrak een concrete motivering waarom de persoonlijke omstandigheden niet zwaarwegend waren.
De Afdeling oordeelde dat het CBE onvoldoende onderzoek had gedaan naar de persoonlijke omstandigheden en de onevenredige gevolgen van het NBSA, waardoor de geschiktheidsbeoordeling onvolledig was. Dit leidde tot strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het CBE opgedragen een nieuwe, deugdelijke beslissing te nemen binnen zes weken.
Uitkomst: Het besluit van het CBE tot handhaving van het NBSA wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onderzoek naar persoonlijke omstandigheden.