ECLI:NL:RVS:2026:1519
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen locatieaanduiding ondergrondse afvalcontainers in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluit van 12 februari 2025 een locatie aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers voor restafval, papier en glas. Appellant betoogde dat de glascontainer hinder zou veroorzaken, met name door mogelijke glasscherven bij de inrit van de parkeergarage en gevaar voor zijn spelende kleinzoon.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van appellant beoordeeld. De Afdeling oordeelde dat het college beleidsruimte heeft bij de locatiekeuze en dat de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn ten opzichte van de doelen. De vermeende hinder door glasscherven werd niet aannemelijk geacht, mede omdat de glascontainer in een groenstrook wordt geplaatst en er voldoende afstand is tot de inrit en het speelveld.
Verder werd het betoog over een kennelijke schrijffout in het besluit verworpen, evenals het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat appellant geen bewijs leverde van toezeggingen dat er geen glascontainer zou komen. Ook was het college niet verplicht ontvangstbevestigingen van zienswijzen te sturen. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatieaanduiding van de ondergrondse afvalcontainers wordt ongegrond verklaard.