ECLI:NL:RVS:2026:1276
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.Th. Drop
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste rechtsgevolgenhandhaving
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 1 november 2022 werd afgewezen. Tevens werd ambtshalve een reguliere verblijfsvergunning geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze tussenuitspraak en einduitspraak van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand liet, omdat de minister niet met de motivering dat appellant inmiddels meerderjarig is mocht volstaan zonder adequaat onderzoek naar opvangmogelijkheden in het land van herkomst.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand hield en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De overige grieven van appellant werden niet gegrond verklaard omdat deze geen belang hadden voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen.