ECLI:NL:RVS:2026:1243
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitenbehandelingstelling subsidieaanvraag lerarenbeurs en toepassing hardheidsclausule
Appellant diende een aanvraag in voor een lerarenbeurs voor het studiejaar 2023-2024, maar leverde niet tijdig een volledig ingevulde en ondertekende werkgeversverklaring aan. De minister stelde de aanvraag buiten behandeling en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de minister een belangenafweging had moeten maken en appellant had moeten horen, waardoor het besluit een motiveringsgebrek bevatte. De Raad van State bevestigt echter dat de minister niet verplicht is om ontbrekende gegevens die na de hersteltermijn zijn ingediend mee te wegen en dat de buitenbehandelingstelling terecht was.
De minister handelde conform artikel 4:5 van Pro de Awb en de subsidieregeling, die een strikte procedure voorschrijft vanwege het subsidieplafond en volgorde van binnenkomst. Appellant had de hersteltermijn niet benut en het niet openen van berichten van de minister kwam voor zijn rekening en risico. De Raad van State oordeelt dat de minister terecht geen toepassing van de hardheidsclausule heeft overwogen en dat de financiële gevolgen voor appellant geen bijzondere omstandigheid vormen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat de minister de subsidieaanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld.