ECLI:NL:RVS:2026:1138
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 2 januari 2025 is afgewezen. De rechtbank heeft op 3 februari 2026 het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd, met behoud van de rechtsgevolgen.
Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet wordt voordat het hoger beroep is beslist en hij opvang en verstrekkingen ontvangt. De minister stelde incidenteel hoger beroep in.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor een voorlopige voorziening niet geschikt is voor inhoudelijke beoordeling. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand door een derde.
Uitkomst: Verzoeker wordt voorlopig niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.