ECLI:NL:RVS:2026:1028
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar overname private schulden toeslagenaffaire
Appellante, een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire, diende een aanvraag in voor overname van haar private schulden. De minister besloot op 6 april 2022 de schuld bij Intrum inz Energie Direct over te nemen, maar weigerde de schulden bij Defam en haar vader over te nemen. Het bezwaar tegen dit besluit werd niet tijdig ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat het bezwaar te laat was ontvangen en appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij het bezwaar tijdig had ingediend. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het bezwaar wel tijdig had verzonden en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege haar persoonlijke omstandigheden en de gevolgen van de toeslagenaffaire.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat de minister voldoende onderzoek had gedaan. De omstandigheden van appellante boden onvoldoende grond om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de minister niet verplicht is het beleid van een ander bestuursorgaan te volgen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.