ECLI:NL:RVS:2025:6119
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- J.F. de Groot
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar compensatie afgeloste schuld toeslagenaffaire
Appellante, een erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire, ontving een eenmalig forfaitair bedrag van €30.000 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. Zij gebruikte een deel hiervan om een openstaande schuld bij een familielid af te lossen en vroeg compensatie voor deze afgeloste schuld aan. De minister wees deze aanvraag bij besluiten van 5 juli en 2 augustus 2023 af. Het daaropvolgende bezwaar verklaarde de minister op 5 maart 2024 niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar tijdig was ingediend. Appellante stelde dat haar voormalige advocaat het bezwaar op 7 juli 2023 had ingediend, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het handelen van de professionele rechtsbijstandverlener voor risico van appellante komt en dat geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
Appellante voerde aan dat de minister zich had moeten aansluiten bij het coulantere beleid van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen, maar de Afdeling verwierp dit omdat het bestuursorgaan een ander is en geen rechtsongelijkheid is gebleken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.