ECLI:NL:RVS:2026:101
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 25 juli 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 1 december 2025 ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 12 januari 2026 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen krijgt gedurende deze periode.
Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan in het openbaar en is gebaseerd op artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet en krijgt opvang totdat het hoger beroep is beslist.