ECLI:NL:RVS:2025:969
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechterlijke uitspraak over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 13 december 2024 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich onder meer op rechtsvragen die reeds eerder door de Afdeling waren beantwoord, met name over de detentieomstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Er werd geen aanleiding gezien om anders te oordelen dan in eerdere uitspraken. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.