ECLI:NL:RVS:2025:921
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugwijzing zaak over Ghanees gewoonterecht bij mvv-aanvraag
De vreemdeling, met de Ghanese nationaliteit, had een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij zijn biologische vader in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld, maar deze werden ongegrond verklaard door de rechtbank.
De kern van het geschil betrof de uitleg en toepassing van het Ghanees gewoonterecht omtrent vaderschap. De rechtbank hanteerde vier cumulatieve voorwaarden om het vaderschap te erkennen, gebaseerd op eerdere jurisprudentie. De Afdeling bestuursrechtspraak kwam echter tot een nieuw oordeel dat deze voorwaarden niet cumulatief zijn, maar als relevante omstandigheden moeten worden meegewogen.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbeoordeling volgens het nieuwe toetsingskader. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en terugbetaling van het griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling volgens het nieuwe toetsingskader.