ECLI:NL:RVS:2025:92

Raad van State

Datum uitspraak
15 januari 2025
Publicatiedatum
15 januari 2025
Zaaknummer
202407417/1/V1 en 202407417/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 6:3 AwbArt. 8:81 AwbArt. 92 Vw 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank over appellabiliteit kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wijzigde de geboortedatum van een vreemdeling en gaf hiervan kennis aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel. De minister verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen deze kennisgeving niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag oordeelde echter dat deze kennisgeving een appellabel besluit was, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen acht weken een nieuw besluit moest nemen.

De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de kennisgeving van gewijzigde identiteitsgegevens geen appellabel besluit is, omdat het een voorbereidend besluit betreft dat de vreemdeling niet rechtstreeks in zijn belang treft. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat kennisgevingen van gewijzigde identiteitsgegevens in het kader van vreemdelingenrecht niet zonder meer appellabel zijn, tenzij zij de vreemdeling rechtstreeks treffen.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitspraak

202407417/1/V1 en 202407417/2/V1.
Datum uitspraak: 15 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 12 november 2024 in zaak nr. NL24.32128 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Procesverloop
Bij kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens van 22 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van de vreemdeling te hebben gewijzigd.
Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 12 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen acht weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       In zijn enige grief klaagt de minister over het oordeel van de rechtbank dat de kennisgeving van de gewijzigde identiteitsgegevens een appellabel besluit is.
2.       In de uitspraak van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5256, onder 4 tot en met 6, heeft de Afdeling geoordeeld dat de kennisgeving van de gewijzigde identiteitsgegevens een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, maar het ter voorbereiding dient van het besluit op de asielaanvraag. Op grond van artikel 6:3 van Pro de Awb is zo een besluit niet appellabel, tenzij het de vreemdeling rechtstreeks in zijn belang treft. Daar is hier geen sprake van. De rechtbank heeft daarom ten onrechte geoordeeld dat de kennisgeving van de gewijzigde identiteitsgegevens appellabel is. De minister heeft het bezwaar tegen de kennisgeving terecht niet-ontvankelijk verklaard. De grief slaagt.
3.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep is alsnog ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 12 november 2024 in zaak nr. NL24.32128;
III.      verklaart het beroep ongegrond;
IV.     wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Hanrath
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2025
392