ECLI:NL:RVS:2025:910
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing uitspraak rechtbank over verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond in haar uitspraak van 23 januari 2025. Zowel de minister als de vreemdeling hebben hiertegen hoger beroep ingesteld.
De minister verzocht vervolgens de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de uitspraak van de rechtbank zou worden geschorst gedurende het hoger beroep. De voorzieningenrechter overwoog dat omdat de rechtbank het beroep ongegrond had verklaard, de minister op dat moment geen besluit hoefde te nemen ter uitvoering van de uitspraak.
Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang dat vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek van de minister werd daarom afgewezen. Tevens werd de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toerekenbaar waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek van de minister om de uitspraak van de rechtbank te schorsen wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.