ECLI:NL:RVS:2025:853
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning dakopbouw wegens strijd bestemmingsplan en parkeerbeleid
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 21 februari 2020 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw en het dichtzetten van een balkon op een woning. Na bezwaar van omwonenden werd de vergunning op 17 maart 2021 herroepen en alsnog geweigerd omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte niet had onderzocht of afwijken van het bestemmingsplan mogelijk was, maar accepteerde later de motivering van het college waarom niet werd afgeweken.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college het nieuwe parkeerbeleid had moeten toepassen, dat kleine bouwplannen vrijstelt van parkeereisen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat het oude parkeerbeleid van toepassing is, omdat de aanvraag dateert van vóór de inwerkingtreding van het nieuwe beleid. Daarnaast vond de Afdeling dat het college voldoende had gemotiveerd dat het bouwplan het woon- en leefklimaat aantast vanwege de hoge druk op voorzieningen in de wijk.
Verder oordeelde de Afdeling dat de door appellante aangevoerde vergelijkbare gevallen niet gelijk waren, omdat die geen uitbreiding van bouwvolume en gebruiksoppervlakte betroffen. De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.