ECLI:NL:RVS:2025:835
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- N. Verheij
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen rechtmatig verblijf en vernietiging besluiten in vreemdelingenrecht
De vreemdeling, met Ghanese nationaliteit, kreeg in 2015 een verblijfsdocument als familielid van een EU-burger. In 2021 stelde de minister vast dat hij nooit rechtmatig verblijf had gehad en nam het verblijfsdocument in. Tevens werd een aanvraag voor duurzaam verblijfsrecht afgewezen. De rechtbank vernietigde deze besluiten wegens onjuiste toepassing van de bewijslast en gebrek aan aanwijzingen voor misbruik.
De minister stelde in hoger beroep dat de vreemdeling onvoldoende bewijs leverde van een duurzame relatie en dat er tegenstrijdigheden waren in eerdere verklaringen, wat aanleiding gaf tot nader onderzoek. De Afdeling oordeelde dat de minister de bewijslast onterecht omkeerde en dat de enkele omstandigheid dat de vreemdeling niet alle bewijsstukken kon overleggen onvoldoende is voor een vermoeden van misbruik.
Ook de vermeende tegenstrijdigheden uit het simultaan gehoor en het niet verschijnen van de referent op de hoorzitting waren volgens de Afdeling geen gegronde aanwijzingen voor misbruik. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. De minister behoudt echter het recht om het verblijfsdocument in te nemen indien aan de vereisten van de Verblijfsrichtlijn niet wordt voldaan.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van de besluiten en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.