ECLI:NL:RVS:2025:779
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van termijnoverschrijding bij bezwaar en administratief beroep centraal examen Wiskunde B
Appellant, een VAVO-student aan ROC Mondriaan, maakte bezwaar tegen de beoordeling van zijn centraal examen Wiskunde B nadat hij inzage had gekregen in het examen. De examencommissie verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, waarna de commissie van beroep het administratief beroep ongegrond verklaarde. De appellant stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het handboek examinering, dat een bezwaarfase voorschrijft voorafgaand aan administratief beroep, in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht omdat tegen een besluit óf bezwaar óf administratief beroep openstaat. De examencommissie was derhalve niet bevoegd om op het bezwaar te beslissen en had het bezwaar als administratief beroep moeten behandelen.
De Afdeling vernietigde de beslissingen van de examencommissie en de commissie van beroep, maar verklaarde het administratief beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De appellant had het administratief beroep binnen twee weken moeten indienen, maar deed dit te laat. De medische omstandigheden en inzage in een ander examen konden de termijnoverschrijding niet rechtvaardigen.
Tot slot werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van correcte procedurele behandeling van bezwaar en beroep binnen het onderwijsbestuursrecht en de strikte toepassing van termijnen.
Uitkomst: Het administratief beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.