ECLI:NL:RVS:2025:767
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving aanlegconstructies en ligplaatsen openbaar water
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch om handhavend op te treden tegen het innemen van ligplaatsen en het plaatsen van aanlegconstructies aan de oever van de hoofdvaart in Rosmalen. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af, maar besloot na bezwaar handhavend op te treden tegen het innemen van ligplaatsen, omdat dit in strijd is met de Algemene plaatselijke verordening (APV).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het bouwen en gebruiken van aanlegconstructies op de locatie is toegestaan volgens het bestemmingsplan en dat het college niet bevoegd is handhavend op te treden tegen het plaatsen van aanlegconstructies. Tevens vond de rechtbank dat het verbod op het innemen van ligplaatsen niet in de weg staat aan het maken van aanlegconstructies.
In hoger beroep betoogde appellant dat de aanlegconstructies in strijd zijn met het bestemmingsplan en dat het college onterecht weigerde handhavend op te treden tegen de aanlegconstructies. De Afdeling oordeelde dat de aanlegconstructies niet in strijd zijn met het bestemmingsplan en dat het verbod op ligplaatsen niet het plaatsen van aanlegconstructies belemmert. Ook is het college bevoegd om niet handhavend op te treden indien de aanlegconstructies geen gevaar of hinder opleveren. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.