ECLI:NL:RVS:2025:760
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing herzieningsverzoek EMA na vrijspraak rijden onder invloed
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) op wegens vermeend rijden onder invloed op een scooter. Appellant maakte bezwaar omdat niet hij, maar zijn huisgenoot de scooter bestuurde. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens werd zijn rijbewijs ongeldig verklaard vanwege het niet betalen van uitvoeringskosten.
Appellant verzocht om herziening van het besluit op grond van een onherroepelijke vrijspraak door de politierechter van rijden onder invloed. Het CBR wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn van zes weken, die begon te lopen op 23 maart 2022 en eindigde op 3 mei 2022. Het beroepschrift werd pas op 9 mei 2022 ontvangen.
Appellant voerde aan dat hij door detentie en het ontbreken van professionele rechtsbijstand niet tijdig kon reageren en dat zijn casemanager het beroepschrift te laat had gepost. De Afdeling oordeelde dat deze omstandigheden voor risico van appellant komen en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij alles in het werk heeft gesteld om tijdig te zijn. De overschrijding van drie dagen werd niet als verschoonbaar beoordeeld.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het beroep bevestigd wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.