ECLI:NL:RVS:2025:750
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende hardheidsclausule
Appellant woont sinds maart 2022 in een tweekamerwoning in Den Haag en ervaart ernstige geluidsoverlast, wat zijn psychische klachten verergert. Hij vroeg een urgentieverklaring aan op medische gronden, maar het college wees deze af omdat appellant niet voldeed aan de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, met name artikel 4:5, aanhef en onder b, g en m.
Appellant stelde dat zijn psychische problematiek en beperkte mogelijkheden om te reageren op woningaanbod een beroep op de hardheidsclausule rechtvaardigen. De rechtbank wees zijn beroep af en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. De psychiater verklaarde dat de woonsituatie zwaar is, maar onvoldoende voor een onbillijkheid van overwegende aard.
De Afdeling concludeert dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.