ECLI:NL:RVS:2025:730
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door Raad van State
Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 augustus 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat geen nadere motivering noodzakelijk is.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens wordt bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft het besluit tot vertrek en het inreisverbod onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het vertrekbevel en inreisverbod blijven van kracht.