ECLI:NL:RVS:2025:70
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en opvang vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 augustus 2024 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank heeft dit besluit op 18 december 2024 bevestigd door het beroep van de vreemdeling ongegrond te verklaren. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling vroeg om te worden beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter erkende dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Syrië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, waardoor uitzetting naar Syrië niet zal plaatsvinden.
Desondanks zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek werd afgewezen en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 10 januari 2025 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang wordt afgewezen.