ECLI:NL:RVS:2025:694
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 3 februari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol en beval opheffing met ingang van 20 februari 2025, inclusief toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening, zodat de uitspraak van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoeft te worden. De minister beriep zich op het grensbewakingsbelang, omdat uitvoering van de uitspraak zou betekenen dat de vreemdeling toegang krijgt tot het Schengengebied.
De voorzieningenrechter bevestigde een eerdere voorlopige beoordeling dat het JCS een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is en dat het grensbewakingsbelang zwaarder weegt dan de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel. Daarom werd de gevraagde voorlopige voorziening toegewezen en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd totdat het hoger beroep is beslist.