ECLI:NL:RVS:2025:641
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering rectificatie politieregistratie over vermeend huiselijk geweld
De appellant verzocht de korpschef van politie om vernietiging of rectificatie van een politieregistratie betreffende een meldformulier Veilig Thuis waarin gesuggereerd wordt dat sprake was van huiselijk geweld. De korpschef wees dit verzoek af, waarna de rechtbank deze afwijzing vernietigde maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. De appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De appellant stelde dat de politieregistratie aantoonbaar onjuist was omdat volgens de Raad voor de Kinderbescherming nooit sprake is geweest van huiselijk geweld. Hij betoogde dat het meldformulier geen professionele indrukken bevat maar onjuiste feitelijke voorstellingen die hebben geleid tot zijn onrechtmatige uithuisplaatsing.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de korpschef de rectificatie mocht weigeren. De rechtbank had vastgesteld dat de feiten in de melding niet onjuist waren bewezen en dat indrukken en meningen van politieambtenaren niet kunnen worden gerectificeerd alleen omdat appellant het er niet mee eens is. Ook werd gewezen op de wettelijke bewaartermijn van vijf jaar die inmiddels was verstreken.
De Afdeling verwierp het beroep en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 19 februari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.