ECLI:NL:RVS:2025:6188
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P. Vermeulen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Ongeldigverklaring tentamencijfer wegens niet opvolgen instructie surveillant
Appellant nam op 29 januari 2025 deel aan het tentamen Research Methods for Finance. Op 3 februari 2025 ontving de examencommissie een melding van de examinator over een onregelmatigheid: appellant had geweigerd te gaan staan op verzoek van een surveillant, die vermoedde dat appellant een telefoon gebruikte tijdens het tentamen. Op basis hiervan verklaarde de examencommissie op 22 april 2025 het tentamen ongeldig.
Het college van beroep voor de examens (CBE) bevestigde deze beslissing op 8 juli 2025, stellende dat de weigering om te gaan staan een onregelmatigheid vormde en dat het ongeldig verklaren van het tentamen een passende maatregel was om de kwaliteit van de toetsing te waarborgen. Appellant stelde dat de examencommissie niet bevoegd was tot deze beslissing en dat het CBE onzorgvuldig had gehandeld, onder meer door het niet adequaat organiseren van een schikkingsgesprek.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de examencommissie bevoegd was om het tentamen ongeldig te verklaren op grond van artikel 7.12b van de WHW en dat het verzoek om te gaan staan redelijk was. Het CBE had voldaan aan zijn verplichtingen omtrent het schikkingsgesprek en hoewel het dictum voortijdig werd bekendgemaakt, was appellant niet benadeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het CBE werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het tentamencijfer blijft ongeldig.