ECLI:NL:RVS:2025:6156
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning dakopbouw ondanks geschil over bouwhoogte en welstand
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakopbouw op een woning in Vleuten. Appellant sub 1 maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en het uitwerkingsplan, en dat het welstandsadvies niet deugdelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 ongegrond, waarna zowel appellant sub 1 als appellant sub 2 hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geconcludeerd dat appellant sub 1 belanghebbende is, gezien de afstand tot het bouwplan en de zichtlijnen.
Verder oordeelde de Afdeling dat het bouwplan moet worden getoetst aan het uitwerkingsplan en niet aan het bestemmingsplan, en dat het bouwplan voldoet aan de maximale bouw- en goothoogte. Ook werd geoordeeld dat het welstandsadvies terecht is gevolgd en dat het bouwplan niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand.
Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep worden ongegrond verklaard en de vergunning voor de dakopbouw wordt bevestigd.