ECLI:NL:RVS:2025:6135
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering exploitatievergunning passagiersvaart Amsterdam
Amsterdam Canal Boats verzocht in 2016 om exploitatievergunningen voor vijf vaartuigen, welke aanvankelijk op basis van loting konden worden verleend. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvragen echter af vanwege een vergunningstop. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde in 2018 dat een vergunningstop voor onbepaalde tijd niet is toegestaan. De rechtbank verklaarde daarop het bezwaar van Amsterdam Canal Boats gegrond en vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
In hoger beroep betoogde Amsterdam Canal Boats dat artikel 16, eerste lid, van het GWT-Reglement, waarop het college zich beroept voor weigering van de vergunningen, materieel een ontbindende voorwaarde bevat die strijdig is met het rechtszekerheidsbeginsel en de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens stelde zij dat dit artikel niet verenigbaar is met de Dienstenrichtlijn en geen grondslag vindt in de Verordening op het binnenwater 2010.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 16, eerste lid, van het GWT-Reglement geen strijd oplevert met het rechtszekerheidsbeginsel en de Awb, omdat het een intrekkingsbevoegdheid betreft die afhankelijk is van een toekomstige onzekere gebeurtenis. Ook is het artikel niet in strijd met de Dienstenrichtlijn, aangezien het vergunningstelsel voldoet aan de criteria van duidelijkheid, objectiviteit en transparantie. Bovendien heeft het college op grond van artikel 2.4.5 van de Verordening op het binnenwater 2010 een voldoende grondslag om vergunningen te weigeren of in te trekken ter bescherming van de vlotte en veilige doorvaart.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het college bevoegd was de aanvragen te weigeren op grond van artikel 16, eerste lid, van het GWT-Reglement.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.