ECLI:NL:RVS:2022:1900
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- W. den Ouden
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van last onder bestuursdwang wegens zonder vergunning exploiteren horecabedrijf na wijziging exploitatie
De burgemeester van Enkhuizen verleende in 2013 een exploitatievergunning voor een horecabedrijf, met het voorschrift dat de vergunning vervalt bij wijziging van de exploitatie of overdracht aan een andere ondernemer. Eind 2018 droeg appellant een deel van het bedrijf over, waarna de burgemeester meende dat de vergunning was vervallen en een last onder bestuursdwang oplegde wegens het zonder vergunning exploiteren.
Appellant stelde dat het voorschrift over het vervallen van de vergunning geen wettelijke grondslag had en dat de sluiting disproportioneel was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de last onder bestuursdwang ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling oordeelt dat het voorschrift over het vervallen van de vergunning als ontbindende voorwaarde rechtsgeldig is en niet evident onrechtmatig. De burgemeester mocht handhavend optreden omdat appellant geen nieuwe vergunning had aangevraagd ondanks herhaalde waarschuwingen. De sluiting was proportioneel gezien het belang van rechtszekerheid, openbare orde en duidelijkheid over zeggenschap.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder bestuursdwang bevestigd.