ECLI:NL:RVS:2025:6052
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning op grond van Opiumwet ondanks bezwaar en beroep
De burgemeester van Haarlemmermeer besloot op 2 oktober 2020 de woning van appellante in Hoofddorp voor drie maanden te sluiten nadat bij een politieonderzoek 24,3 kg hasj en contant geld werden aangetroffen. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit, dat door de burgemeester op 16 februari 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een mandaatfout, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de burgemeester het besluit alsnog voor zijn rekening nam.
Appellante stelde in hoger beroep dat de burgemeester niet tijdig op bezwaar had beslist en dat er meerdere formele gebreken waren, en voerde aan dat de sluiting onevenwichtig was vanwege haar persoonlijke omstandigheden en het EVRM. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester weliswaar te laat besliste, maar binnen de wettelijke termijn na ingebrekestelling, waardoor geen dwangsom verschuldigd was.
De formele bezwaren faalden omdat de rechtbank deze gemotiveerd had beoordeeld. De sluiting was evenwichtig omdat appellante zelf verantwoordelijk was voor vervangende woonruimte en haar zoon geen bijzondere binding met de woning had. De sluiting was wettelijk voorzien, noodzakelijk en proportioneel, en niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen grond voor vergoeding bestond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de woning wordt bevestigd zonder toekenning van schadevergoeding.