ECLI:NL:RVS:2025:6005
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Schipper-Spanninga
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inzagebesluit persoonsgegevens en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant verzocht op grond van artikel 15 van Pro de AVG inzage in zijn persoonsgegevens die door de VGGM werden verwerkt. De VGGM verstrekte een kopie van het dossier en aanvullende informatie, maar appellant stelde dat niet alle gegevens waren verstrekt, waaronder bekostigingsgegevens en gegevens verwerkt door VECOZO en GGD GHOR Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 20 november 2019 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 29 maart 2021 ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State, die oordeelde dat de VGGM terecht stelde geen aanvullende persoonsgegevens te verwerken en niet als verwerkingsverantwoordelijke kon worden aangemerkt voor gegevens van VECOZO en GGD GHOR Nederland.
Verder stelde appellant dat sprake was van geautomatiseerde besluitvorming, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Wel werd een schadevergoeding van € 2.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de beroepsfase, waarbij de Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot betaling hiervan.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de VGGM correct aan het inzageverzoek heeft voldaan en wijst het verzoek om schadevergoeding af, maar kent een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.