ECLI:NL:RVS:2025:5967
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J.W.P. van Gastel
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit examencommissie wegens onvoldoende bewijs plagiaat bij student Commerciële Economie
Appellant, student Commerciële Economie aan de Hogeschool van Amsterdam, werd door de examencommissie op 14 februari 2025 beticht van plagiaat bij een toetsonderdeel van het vak ‘Koers bepalen 1’. De examencommissie verklaarde het toetsresultaat ongeldig en registreerde fraude. Het college van beroep voor de examens (CBE) bevestigde dit besluit op 9 juli 2025, waarna appellant beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of het bewijs voldoende was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat appellant plagiaat had gepleegd. De toets bestond uit drie sprints, waarbij appellant sprint 3 zelfstandig moest maken. De plagiaatscan toonde overeenkomsten met andere werken, maar het was onduidelijk of deze overeenkomsten betrekking hadden op onderdelen die appellant zelf had moeten maken of op eerder groepswerk.
De Raad oordeelde dat het gebruik van onderdelen uit sprint 2, die appellant samen met zijn groep had gemaakt en waarvoor hij een voldoende had gekregen, niet als plagiaat kon worden aangemerkt. Daarnaast was onvoldoende duidelijk of de overeenkomsten in sprint 3 daadwerkelijk plagiaat betroffen, mede doordat de examencommissie hierover geen heldere toelichting kon geven.
Daarom kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat appellant fraude had gepleegd. De sancties van ongeldigverklaring en registratie van fraude konden niet in stand blijven. Het beroep van appellant werd gegrond verklaard, de besluiten van de examencommissie en het CBE werden vernietigd, en het CBE werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van de examencommissie en het college van beroep worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van plagiaat.