ECLI:NL:RVS:2025:5837
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen ongeldigverklaring rijbewijs door CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig vanaf 7 juni 2023. Appellant diende bezwaar in, maar het CBR verklaarde dit bezwaar op 8 augustus 2023 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. Na beroep bij de rechtbank trok het CBR dit besluit in en vroeg appellant alsnog gronden van bezwaar aan te leveren, met een uiterste termijn die meerdere malen werd verlengd.
Appellant deed geen tijdige aanlevering van gronden, waarna het CBR op 24 november 2023 opnieuw het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en tegen het tweede ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat hoewel het CBR door het intrekken en opnieuw besluiten op bezwaar de procedure heeft gesplitst, dit niet in strijd is met de Awb omdat het bezwaar uiteindelijk is afgedaan. Appellant heeft de termijn voor het indienen van gronden niet nageleefd, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.