ECLI:NL:RVS:2025:5596
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P. Vermeulen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling communicatiebeperking via e-mail geen besluit in bestuursrechtelijke zin
Appellante ontving op 8 april 2025 een e-mail van het hoofd Onderwijs en Studentenzaken Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht waarin werd medegedeeld dat zij voor contact met studieadviseurs slechts één specifiek e-mailadres mocht gebruiken. Appellante stelde dat deze e-mail een ordemaatregel betrof in de zin van artikel 7.57h van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw), waarmee haar recht op studiebegeleiding werd beperkt.
Zij maakte bezwaar bij het college van bestuur, dat dit bezwaar niet in behandeling nam omdat de e-mail geen besluit op grond van de Whw was. Appellante stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en oordeelde dat de e-mail geen besluit is omdat deze niet is gericht op rechtsgevolg en geen bevoegdheid, recht of verplichting bindend vaststelt.
De Afdeling benadrukte dat de e-mail een feitelijke mededeling betreft over de organisatie van communicatie en geen ordemaatregel met de gevolgen van artikel 7.57h Whw. Dit werd bevestigd door een latere e-mail waarin werd aangegeven dat de e-mail geen contactverbod behelst, maar een maatregel is om een veilige werkomgeving te waarborgen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard omdat de e-mail geen besluit is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.