ECLI:NL:RVS:2025:5592
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen toekenning verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 14 april 2025 een aanvraag van appellant ingewilligd om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 oktober 2025 niet-ontvankelijk verklaarde. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er zijn geen vragen van belang voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming die nadere motivering vereisen.
De Afdeling bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van B.P. Vermeulen op 21 november 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.