ECLI:NL:RBDHA:2025:20087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij asielverlening op b-grond
Eiser, een Afghaanse asielzoeker geboren in 2005, heeft op 6 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag op 14 april 2025 ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelt dat zijn aanvraag had moeten worden ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, omdat hij vreest vervolging door het Taliban-bewind vanwege de politieke achtergrond van zijn vader.
De rechtbank heeft onderzocht of eiser belang heeft bij het doorprocederen over de verleningsgrond. Hierbij is overwogen dat een verblijfsvergunning op de a-grond binnen het Nederlandse stelsel geen verdere rechten biedt dan een vergunning op de b-grond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bevestigd dat een vreemdeling met een verblijfsvergunning op de b-grond geen gunstigere positie kan verkrijgen door beroep te doen op de a-grond.
Eiser voerde aan dat een wetsvoorstel dat een tweestatusstelsel introduceert en beperkingen op gezinshereniging kan opleggen, procesbelang kan creëren. De rechtbank oordeelt echter dat procesbelang niet kan worden ontleend aan een toekomstige, onzekere gebeurtenis zoals de uitkomst van een wetgevingsprocedure.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 22 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.