ECLI:NL:RVS:2025:5541
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in asielzaak met betrekking tot verblijfsvergunning en inreisverbod
Op 30 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is de verzoeker opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en is er een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd. De verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 1 september 2025 het beroep ongegrond heeft verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de verzoeker hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 17 november 2025 uitspraak gedaan op dit verzoek. De verzoeker is op 15 oktober 2025 op grond van artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000 in een vrijheidsbeperkende locatie geplaatst. De verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om te bepalen dat zij in reguliere opvang moet verblijven. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat dit verzoek moet worden opgevat als een verzoek tot opheffing van de VBL-maatregel, waarover de voorzieningenrechter onbevoegd is te oordelen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De voorzieningenrechter heeft zich onbevoegd verklaard.