ECLI:NL:RVS:2025:5538
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen forfaitaire tegemoetkoming kind toeslagenaffaire
De zaak betreft een hoger beroep van een ouder, appellante, die namens haar minderjarige kind bezwaar maakt tegen de toegekende tegemoetkoming van €6.000 door de Dienst Toeslagen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Appellante stelt dat de forfaitaire tegemoetkoming geen recht doet aan de situatie van haar kind, die door de toeslagenaffaire langdurig in armoede en stress heeft geleefd en daarnaast te maken heeft met een laag zelfbeeld, een loopbeperking en een oogaandoening. Zij vordert een hogere tegemoetkoming van €60.000.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de kindregeling in de Wht uitdrukkelijk is bedoeld als forfaitaire tegemoetkoming en niet als schadevergoeding. Voor daadwerkelijke schade kan een aanvraag worden gedaan bij de Commissie Werkelijke Schade, een aparte procedure met eigen rechtsbescherming.
De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de forfaitaire tegemoetkoming passend is en verklaart het hoger beroep ongegrond. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de forfaitaire tegemoetkoming van €6.000 wordt bevestigd.